Dé specialist in taakdelegatie en verzuimbegeleiding. Bel 085 040 2180 of mail

/ Nieuws

Blijf op de hoogte van ons nieuws.

AIOS Kimberly van Tongeren: "De grootste winst zit niet in verzuim begeleiden, maar in voorkomen dat mensen uitvallen."

/Interview  |  11/08/2026

AIOS Kimberly van Tongeren over gezondheid, werk en preventie

De rol van de bedrijfsarts verandert nu duurzame inzetbaarheid en preventie steeds belangrijker worden

Steeds meer organisaties beseffen dat duurzame inzetbaarheid niet begint wanneer een medewerker uitvalt, maar juist daarvoor. Toch blijkt het in de praktijk lastig om preventie echt onderdeel te maken van de organisatie. Welke rol speelt de bedrijfsarts daarin? En misschien nog belangrijker: wat kunnen organisaties zelf doen? Arts in opleiding tot bedrijfsarts Kimberly van Tongeren vertelt waarom juist de verbinding tussen gezondheid, werk en preventie volgens haar het verschil maakt.

 

 

Kimberly, hoe ben jij arts in de bedrijfsgeneeskunde geworden?

“Ik wist al jong dat ik arts wilde worden. Tijdens mijn studie heb ik lang gedacht dat ik psychiater zou worden. Ik heb ook een tijd in de psychiatrie gewerkt en vond dat ontzettend interessant. Tijdens mijn coschappen maakte ik echter een ingrijpende gebeurtenis mee, waardoor ik me realiseerde dat een toekomst in de psychiatrie voor mij niet de juiste keuze was.

In die tijd werkte ik als vrijwilliger op een zorgboerderij, wat me ontzettend veel voldoening en plezier bracht. Ik nam de ruimte om opnieuw na te denken over wat bij mij paste. Ik begon in die periode anders tegen de bedrijfsgeneeskunde aan te kijken. Tot mijn verrassing vond ik daarin veel terug van wat ik zo interessant vond aan de psychiatrie: het contact met mensen, het luisteren naar hun verhaal en het zoeken naar oplossingen. Het verschil is dat je in de bedrijfsgeneeskunde nog veel breder mag kijken dan alleen een medische diagnose, wat me ook erg aanspreekt in het vak.”

 

Had je vooraf een ander beeld van de bedrijfsgeneeskunde?

“Absoluut. Ik had eerlijk gezegd hetzelfde negatieve beeld dat veel mensen hebben: een beetje saai en vooral bezig met verzuim. Dat beeld klopt totaal niet. Het mooie aan dit vak is juist dat je kijkt naar de mens achter het verzuim. Natuurlijk praat je over gezondheid en werk, maar net zo goed over iemands thuissituatie, financiële zorgen, maatschappelijke ontwikkelingen of veranderingen op de werkvloer. Werk staat nooit los van de rest van het leven. Juist die brede blik maakt het vak voor mij zo interessant.”

 

Hoe vertaalt die brede blik zich in je dagelijks werk?

“Iedere werknemer heeft een eigen verhaal. Dat betekent dat je als bedrijfsarts niet alleen medische kennis nodig hebt, maar ook nieuwsgierig moet blijven. Je moet oog houden voor wat er verder achter de gezondheidsklacht kan schuilgaan, ook wanneer iemand tegenover je zit met een zere knie. Hoe ziet iemands dagelijks leven eruit, waar ligt de druk en hoe heeft dat invloed op het dagelijks functioneren van de medewerker? We kijken naar alles wat invloed heeft op iemands gezondheid en functioneren. Positieve Gezondheid is een methode die daarbij helpt.

Ook in je communicatie moet je breed blijven nadenken. Je moet met een open blik het gesprek aangaan en zien wie tegenover je zit. Er kan iemand met een migratieachtergrond tegenover je zitten, met een laag of hoog scholingsniveau, met psychische problematiek. Je moet je gesprekstechnieken aanpassen aan de situatie en rekening houden met achterliggende problematiek.”

 

Je ontmoet medewerkers uit allerlei achtergronden en branches. Welke aandachtspunten springen er voor jou daarbij uit?

“Niet iedere medewerker heeft dezelfde uitgangspositie of dezelfde mogelijkheden om gezond en duurzaam inzetbaar te blijven. Dat zie je als bedrijfsarts heel duidelijk. Het is belangrijk om daar rekening mee te houden in je begeleiding.

Zo is er voor sommige medewerkers veel ondersteuning beschikbaar wanneer dat nodig is. Denk bijvoorbeeld aan mensen die werken binnen een sociale werkorganisatie. Begeleiding is daar vaak vanzelfsprekend en er wordt gekeken wat iemand nodig heeft om te kunnen werken. Dat is ontzettend waardevol.

Tegelijkertijd zie ik een grote groep werknemers die net buiten die doelgroep valt. Mensen in productiebedrijven of de logistiek, met vaak een beperkt inkomen, veel verantwoordelijkheden thuis en weinig ruimte om uit te vallen. Van hen wordt verwacht dat ze hun problemen zelf oplossen, terwijl de invloed van stress, schulden of andere zorgen op hun gezondheid heel groot kan zijn.

Voor deze groep is terugkeren na verzuim vaak ook ingewikkelder. Weer veertig uur fysiek werk doen is niet altijd haalbaar. Maar een andere baan zoeken is ook niet voor iedereen een reële optie. Mensen hebben financiële verplichtingen en er zijn niet altijd passende andere banen beschikbaar.

Ook de behoeften en verwachtingen rondom werk kunnen verschillen. Voor jongere generaties zijn bijvoorbeeld een goede werk-privébalans, flexibiliteit en ruimte voor herstel steeds belangrijkere voorwaarden om gezond te blijven werken. Niet ieder beroep leent zich daar even goed voor uiteraard, maar het onderwerp moet wel een belangrijke plaats krijgen in het gesprek met deze groep.”

 

Wat betekent dat voor de begeleiding van medewerkers?

“Dat er niet één aanpak is die voor iedereen werkt. Gezondheid en inzetbaarheid zijn voor iedere medewerker anders, net als de ondersteuning die hij of zij nodig heeft. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag: hoe krijgen we iemand weer aan het werk? Belangrijker is: hoe beperken we de uitval en hoe zorgen we ervoor dat iemand duurzaam gezond kan blijven werken?”

 

Als preventie zoveel kan opleveren, waarom blijkt het dan toch lastig om het in de praktijk echt onderdeel van de organisatie te maken?

“Preventie lijkt een beetje op het voornemen gezonder te leven. Iedereen weet dat voldoende bewegen, gezond eten of stoppen met roken verstandig is, maar je ziet de opbrengst pas op de lange termijn. Dat maakt het vaak lastig om nu actie te ondernemen.

Voor organisaties geldt hetzelfde. Zeker wanneer het verzuim hoog is of er financiële druk is, ligt de focus vaak op het oplossen van de problemen van vandaag. Terwijl de echte winst juist aan de voorkant zit, in het voorkomen van een ziekmelding.

Het is niet dat organisaties preventie niet belangrijk vinden, het is meer dat de dagelijkse praktijk vaak alle aandacht opeist.”

 

Wat kan een bedrijfsarts daarin betekenen?

“Wij kunnen organisaties adviseren over preventie, werkplekonderzoek doen en medewerkers ondersteunen voordat zij uitvallen. Dat kan bijvoorbeeld met een PAGO (Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek) of een PMO (Periodiek Medisch Onderzoek).

Daarnaast behoren preventieve spreekuren altijd tot de mogelijkheden in onze dienstverlening. Ze worden alleen nog te weinig gebruikt. Dat is heel jammer, want juist daar is veel winst te behalen. In een preventief spreekuur hoeft iemand nog niet ziek te zijn, je bespreekt welke klachten of risico’s er spelen en wat nodig is om uitval te voorkomen. Het mooiste is wanneer zo’n gesprek leidt tot concrete aanpassingen in het werk.

Ook kan de bedrijfsarts helpen om gezondheidsrisico’s binnen een organisatie beter te herkennen en te duiden. Wat doet bepaald werk lichamelijk of mentaal met mensen? En welke persoonlijke omstandigheden kunnen de inzetbaarheid beïnvloeden? Met die kennis kun je veel gerichter preventief handelen.”

 

Wat kan een organisatie zelf bijdragen aan preventie?

“Veel. Preventie is niet iets wat een bedrijfsarts of arbodienst alleen kan oplossen. Een organisatie moet daar zelf voor kiezen en in investeren. Dat begint met luisteren naar medewerkers, signalen serieus nemen en bereid zijn om daadwerkelijk iets aan te passen.

Soms gaat het om kleine veranderingen. Door werkzaamheden af te wisselen, een werkplek anders in te richten of flexibeler om te gaan met werktijden voorkom je misschien langdurige uitval.

Ook verzuimgegevens bieden kansen voor preventie. Een verzuimanalyse kan patronen zichtbaar maken: zijn er bepaalde afdelingen waar veel uitval is, of spelen vooral fysieke of mentale klachten? Daarnaast zijn frequentverzuimgesprekken waardevol, omdat regelmatig kortdurend verzuim een signaal kan zijn voor latere langdurige uitval.

Tot slot is het belangrijk om leidinggevenden goed toe te rusten. Zij hoeven geen arts te zijn, maar moeten wel signalen herkennen, het gesprek kunnen aangaan en begrijpen welke invloed bijvoorbeeld financiële problemen, mantelzorg, stress of zwangerschap kunnen hebben op iemands inzetbaarheid.”

 

Wat geeft jou uiteindelijk de meeste energie in je werk?

“De gesprekken met mensen. Dat is uiteindelijk ook waarom ik voor dit vak gekozen heb. Ik vind het mooi om echt naar iemand te luisteren en samen te zoeken naar mogelijkheden. Soms kun je iemand heel praktisch verder helpen. Soms is een luisterend oor al waardevol.

Daarnaast geloof ik heel erg in zichtbaar zijn op de werkvloer. Ik loop graag even mee naar een leidinggevende of bekijk de werkplek. Dat maakt het makkelijker om samen oplossingen te bedenken. En misschien nog wel belangrijker: het maakt de bedrijfsarts toegankelijk. Ik hoop dat mensen mij niet zien als iemand voor wie je bang moet zijn, maar als iemand die met je meedenkt.

Als we gezondheid, werk en preventie eerder met elkaar verbinden, kunnen we veel meer betekenen dan alleen begeleiden wanneer iemand al is uitgevallen.”

Samen bereiken we meer.

Dokter Jones is specialist in taakdelegatie en verzuimbegeleiding. Onze bedrijfsartsen werken nooit alleen, maar samen met betrokken specialisten taakdelegatie en casemanagers verzuimbegeleiding. Zo bieden wij met ons team efficiënte zorg met aandacht. Voor het bedrijf, voor de medewerker én voor het re-integratietraject.

Weten hoe?

Aan de slag met Dokter Jones.

Klaar voor een goede en snelle aanpak bij verzuim?
Neem contact op met het team van Dokter Jones!

Hoe kunnen wij je helpen?